Schil de stoofperen en snijd ze, afhankelijk van de grootte, in tweeën of in vieren. Verwijder de klokhuizen en was de peren. Doe ze in een pan en giet er zoveel kokend water over tot 1/4 deel onderstaat. Voeg het dungeschilde gele schilletje van een gewassen citroen of een stukje pijpkaneel toe en laat de peren in een gesloten pan op een laag vuur 1 uur koken. Giet er dan de bessensap of rode wijn bij. Voeg naar smaak suiker toe en laat het zachtjes koken tot de peertjes gaar zijn. Verwijder de citroenschil of pijpkaneel. Maak met aardappelmeel of maïzena en een beetje koud water een glad papje. Voeg al roerende zoveel van het papje roe aan de zachtkokende peren tot de gewenste dikte is bereikt.